ROI versus CONI:
Bij elke investeringsbeslissing rekenen organisaties netjes de ROI uit, return on investment. Hoeveel geld ga ik verdienen, en waar ligt het omslagpunt? Soms keurig op basis van de cijfers, soms doorspekt met emoties, maar in elk geval: het wordt berekend.
Wat zelden gebeurt, is de tegenovergestelde berekening. Guus heeft daar zelfs een term voor bedacht: CONI, Cost Of Not Implementing. De keerzijde van de munt. Want als je weegt wat een investering oplevert, moet je net zo goed wegen wat het kost om het niet te doen. En in de praktijk is die tweede vraag vrijwel altijd onderbelicht.
Waarom uitstel zo aantrekkelijk is
Voor Dirko begint het gesprek met een eerlijke bekentenis. Na twintig jaar ERP-implementaties weet hij hoe lastig het is om een ROI sluitend te krijgen. Tijdwinst op handmatige Excel-werkzaamheden, dat lukt nog wel. Maar veel waarde zit in cultuur, in nieuwe werkwijzes, in dingen die zich niet in een rekenmodel laten dwingen. Laat staan dat je de CONI ervan kunt becijferen.
Guus erkent dat ruiterlijk. Maar het uitgangspunt is wel duidelijk: "As a human species, we don't like change." Vergelijk het met stoppen met roken. Je hebt geen stuurgroep nodig, geen IT-plan, geen budget, je kunt het in je eentje beslissen. En tóch is het ontzettend moeilijk. Hoe veel moeilijker is het dan om een werkwijze, een bedrijfscultuur en het softwaregebruik van een hele organisatie te veranderen?
Het gevolg is dat veel organisaties keurig de selectie doorlopen, maar dat de meest gekozen "oplossing" uiteindelijk geen oplossing is. De populairste keuze is geen keuze. "Komt u over twee jaar maar terug, Blisss."