Zolang alles goed gaat, lijkt de herkomst van een product misschien vooral administratieve informatie. Maar bij een kwaliteitsvraag wil je snel kunnen handelen. Welke leveringen moeten worden onderzocht? Welke voorraad moet tijdelijk worden geblokkeerd? En welke producten vallen buiten het probleem?
Als die antwoorden verspreid staan over werkbonnen, spreadsheets en de kennis van medewerkers, kost het tijd om het overzicht te krijgen. Ondertussen wacht de klant op duidelijkheid en moet je beslissen of de productie en uitlevering kunnen doorgaan.
Goede traceerbaarheid helpt om gericht te onderzoeken en onderbouwde beslissingen te nemen. Daarvoor moet de verbinding tussen grondstof, productie en levering intact blijven.
Traceerbaarheid werkt twee kanten op
Bij traceerbaarheid denk je al snel aan terugzoeken: van een geleverd product naar de grondstoffen die ervoor zijn gebruikt. Van welke leverancier kwam het materiaal? Welk batchnummer hoorde daarbij? En in welke productieorder is het verwerkt?
Maar de andere richting is minstens zo belangrijk. Als een leverancier meldt dat een grondstofbatch mogelijk afwijkt, wil je weten waar die batch terechtgekomen is. Ligt het materiaal nog in het magazijn, zit het in onderhanden werk of zijn de eindproducten al geleverd?
Die twee zoekrichtingen horen bij elkaar. Vanuit een eindproduct moet je de herkomst kunnen reconstrueren. Vanuit een grondstofbatch moet je kunnen bepalen welke producten en leveringen ermee samenhangen. Een batchnummer vastleggen bij ontvangst is daarvoor een begin. De echte uitdaging is om die informatie door het hele proces te behouden.
Waar wordt traceerbaarheid bij spuitgieten ingewikkeld?
Een grondstofbatch wordt niet altijd netjes in één productieorder opgebruikt. Materiaal kan over meerdere orders worden verdeeld. Omgekeerd kunnen binnen één order verschillende batches worden gebruikt.
Denk aan een materiaalwissel tijdens een productierun. De eerste zakken of bigbags zijn afkomstig uit de ene batch, de volgende uit een andere. Als alleen bij de start van de order een batchnummer wordt genoteerd, ontstaat een onvolledig beeld.
Ook kleurstoffen, masterbatches en andere toevoegingen kunnen relevant zijn. Welke materialen je moet volgen, hangt af van het product, de toepassing en de afspraken met je klant.
Hergebruik van aanspuitingen of afgekeurde producten maakt de keten nog complexer. Wanneer materiaal wordt vermalen, gemengd en opnieuw ingezet, moet duidelijk zijn hoe de oorspronkelijke herkomst behouden blijft. Anders is later moeilijk te bepalen welke materiaalstromen in een eindproduct zijn samengekomen.
Daarom vraagt traceerbaarheid om registratie die aansluit op de werkelijke materiaalbewegingen op de werkvloer.
Een batchnummer vertelt niet het hele verhaal
Bij een afwijking is de grondstof een mogelijke oorzaak, maar niet automatisch de verklaring. Ook de omstandigheden waaronder een product is gemaakt, kunnen relevant zijn voor het onderzoek.
Op welke machine is de order geproduceerd? Met welke matrijs? Wanneer vond de productie plaats? En welke kwaliteitscontroles zijn uitgevoerd?
Afhankelijk van het product kunnen ook droogcondities, procesinstellingen of informatie over afzonderlijke caviteiten van belang zijn. Dat betekent niet dat ieder bedrijf al deze gegevens voor ieder product moet vastleggen. Het betekent wel dat je vooraf moet bepalen welke informatie nodig is om vragen achteraf te beantwoorden.
Maak daarbij onderscheid tussen traceerbaarheid en volledige procesregistratie. Traceerbaarheid laat zien welke materialen, producten en leveringen met elkaar verbonden zijn. Aanvullende productie- en kwaliteitsgegevens helpen vervolgens om een mogelijke oorzaak te onderzoeken.
Door die informatie aan elkaar te koppelen, ontstaat een bruikbaar dossier rond een product of productieorder.
Van materiaalontvangst tot levering
Een sluitende registratie begint bij de ontvangst van materialen. Het interne artikelnummer moet verbonden zijn met de juiste leverancier, het leveranciersbatchnummer en eventuele bijbehorende documenten.
Vervolgens moet duidelijk blijven waar het materiaal ligt en wanneer het wordt verbruikt. Een intern label of scanproces kan daarbij helpen, mits de informatie ook bij verplaatsingen en het openen van verpakkingen behouden blijft.
Tijdens de productie leg je vast welke materiaalbatches daadwerkelijk zijn ingezet. Dat vraagt aandacht bij wisselingen, restmateriaal en afwijkingen van de oorspronkelijke planning. Alleen registreren wat volgens de order gebruikt had moeten worden, is onvoldoende.
Na productie moet de relatie met het eindproduct blijven bestaan. Welke productiepartij zit in welke verpakking? Wat gebeurt er wanneer producten worden gesplitst, samengevoegd of opnieuw verpakt?
Bij uitlevering volgt de laatste schakel: welke partij is aan welke klant geleverd? Juist op overdrachtsmomenten kan informatie verloren gaan. Een goed ingericht proces houdt die verbindingen overeind.
Goede registratie moet uitvoerbaar zijn
Traceerbaarheid wordt kwetsbaar als medewerkers achteraf moeten reconstrueren welk materiaal ze hebben gebruikt. Zeker wanneer batches op elkaar lijken of meerdere orders kort na elkaar zijn geproduceerd.
Leg informatie daarom zo dicht mogelijk bij de handeling vast. Bijvoorbeeld door materiaal te scannen op het moment dat het wordt ingezet. Of door een batchwissel direct te registreren tijdens de productie.
Daarvoor zijn duidelijke werkafspraken nodig. Wie registreert de wissel? Hoe wordt restmateriaal herkenbaar opgeslagen? Wat gebeurt er met producten waarvan de herkomst onvoldoende duidelijk is? En wie mag geblokkeerde voorraad weer vrijgeven?
Ook uitzonderingen verdienen aandacht. Een spoedorder, beschadigd label of gedeeltelijk gebruikte verpakking mag geen reden zijn om de registratie over te slaan.
Hoe beter het proces aansluit op het dagelijkse werk, hoe groter de kans dat de informatie volledig en betrouwbaar blijft.
De rol van Business Central en Naviplast
Een ERP-systeem kan helpen om materiaalontvangsten, voorraadbewegingen, productieverbruik en leveringen met elkaar te verbinden. Microsoft Dynamics 365 Business Central biedt daarvoor onder meer mogelijkheden voor artikeltracering met lot- en serienummers.
Blisss helpt kunststofverwerkende bedrijven met Business Central en de zelfontwikkelde uitbreiding Naviplast. Daarbij is het belangrijk om de inrichting te laten aansluiten op de materiaalstromen, productieprocessen en klantafspraken van het bedrijf.
Welke informatie moet worden gevolgd? Op welk niveau worden partijen onderscheiden? En welke gegevens komen uit ERP, kwaliteitsregistratie of eventueel een gekoppeld productiesysteem?
Software ondersteunt die samenhang. Betrouwbare traceerbaarheid vraagt daarnaast om correcte registratie en duidelijke verantwoordelijkheden. Een systeem kan alleen terugvinden wat tijdens het proces herkenbaar is vastgelegd.
Test of je de keten kunt reconstrueren
Wil je weten hoe goed traceerbaarheid bij jouw bedrijf is geregeld? Kies dan een recente levering en probeer de gebruikte materiaalbatches terug te vinden. Neem vervolgens één grondstofbatch en zoek uit in welke producten en leveringen die terechtgekomen is.
Lukt dat volledig? Hoeveel tijd kost het? En waar moet iemand ontbrekende informatie uit het geheugen aanvullen?
Zo’n oefening maakt zichtbaar waar de verbinding nog ontbreekt. Daarmee kun je gericht verbeteren, voordat een echte kwaliteitsvraag om een snel antwoord vraagt.
Wil je meer grip op traceerbaarheid binnen jouw kunststofbedrijf? Blisss denkt graag met je mee over een passende inrichting met Business Central en Naviplast.